Randvoorwaarden Private Line

Randvoorwaarden Private Line

Er zijn voor installatie en beheer van de Private Line-verbinding (bouwtechnische) randvoorwaarden gedefinieerd waaraan u en uw locatie aan moeten voldoen om te zorgen voor een veilig en betrouwbaar gebruik van de dienst. Deze randvoorwaarden hebben betrekking op de stroomvoorziening, bekabeling en plaatsing van apparatuur en/of CPE.


Datacommunicatiekast

  • De apparatuur wordt altijd geplaatst in een datacommunicatiekast (19 inch patchkast). Deze kast dient beschikbaar te zijn op locatie en minimaal 7 HE aan vrije ruimte beschikbaar te hebben.


Stroomvoorziening

  • De spanningsvoorziening van de apparatuur op uw locatie is geschikt voor 230 Volt AC of 48 Volt. Voor KPN-apparatuur is minimaal één, maar bij voorkeur 2 aparte 230 Volt-groep(en) met een zekering van 16 Ampère. Eventueel is een no break-voorziening nodig.
  • Deze groep(en) worden bij voorkeur afgewerkt op CEE-stekker. Aansluitpunt op maximaal 2 meter afstand van de KPN-apparatuur. Voor de 48 Volt geldt dat de KPN-apparatuur op één of 2 (duaal) groepen aan wordt gesloten op basis van 48 Volt gelijkspanning met bijvoorbeeld een accu-back-up. De 48 Volt-voorziening zonder accu-back-up wordt niet geleverd door KPN
  • Als de KPN-apparatuur alleen op 48 Volt werkt, levert KPN de spanningsomzetters voor 230 Volt AC naar 48 Volt DC (echter zonder accu-back-up).Noodstroomvoorziening t.b.v. continuering van de stroomvoorziening is wenselijk. Indien van toepassing middels een no break-systeem
  • Aarde bij levering van 48 volt door u: Een schoon aardpunt, er is een rechtstreekse verbinding met de geslagen aardpuls. Een afzonderlijk aardpunt is nodig waarop KPN de systeemkast en de apparatuur met behulp van een VD 35 mm2 kan aansluiten. Het aardpunt dient een minimale weerstandswaarde te hebben van Ri < 0,5 Ohm, o.a. ten opzichte van de stroomvoorzieningsaarde. Er dient een aansluitpunt op maximaal 2 meter afstand van de KPN-kast te zijn met een diameter van minimaal 6 mm2.
    Aarde bij levering van 230 volt door u: De randaarde is in het algemeen van voldoende kwaliteit om de apparatuur te aarden.

Datacommunicatiekast

  • De apparatuur wordt geplaatst in een datacommunicatiekast. KPN plaatst deze kast als onderdeel van de dienst. U kunt echter ook (ruimte in) een eigen datacommunicatiekast ter beschikking stellen ten behoeve van het plaatsen van de KPN-apparatuur. Stroomvoorziening


Bekabeling

  • Aanwezigheid van noodzakelijke kabelgoten voor de inpandige glasvezelbekabeling op uw locatie van gebouwinvoer naar het IS/RA –punt c.q. CPE
  • Kabelgoten bieden voldoende ruimte voor de glasvezelkabel(s) en zijn gemakkelijk toegankelijk
  • KPN sluit de CPE aan via een inpandig aan te leggen glasvezel. Het standaardtarief voorziet in het aanleggen tot 25 meter afstand inpandig. Bij langere afstand of bijzondere voorzieningen wordt dit als meerwerk uitgevoerd
  • Doorvoer in het pand van buiten naar binnen vereist een buigstraal van 100 cm voor de HDPE
  • Inpandig is een minimale buigstraal van 15 cm voor de glasvezelkabel noodzakelijk
  • Bij aansluiting c.q. verbinding met een hogere beschikbaarheid dienen de inpandige glasvezelkabels volledig geografisch gescheiden gerouteerd te zijn
  • U bent verantwoordelijk voor de schriftelijke toestemming van de eigenaar van het pand (indien van toepassing) om de KPN-glasvezel(s) te laten binnenkomen


Omgevingscondities

  • De technische ruimte of kast waarin de apparatuur op uw locatie wordt geplaatst, dienen aan de volgende omgevingscondities te voldoen:
    • ETSI klimaatklasse 3.2
    • Temperatuur tussen - 5 °C en + 45 °C
    • Niet condenserende relatieve vochtigheid tussen de 5% en 90%
    • Omgeving moet stofvrij zijn
    • Geen verbouwingsactiviteiten binnen het bereik van de apparatuur