Voorwaarden en eisen bij straalverbindingen

Voorwaarden en eisen bij straalverbindingen

Ten aanzien van (semi) permanente straalverbindingen (Ethernet over Radio) dient u met de volgende zaken rekening te houden:

  • Straalverbindingen worden uitsluitend in Nederland ingezet. Grensoverschrijdend verkeer is hierbij uitgesloten.
  • Voor het succesvol opzetten van een straalverbinding is er ‘line of sight’ nodig tussen de locaties. Dit wil zeggen dat er tussen de zendmasten geen obstructies zoals bijvoorbeeld gebouwen en hoge bomen mogen voorkomen.
  • Door het inzetten van een zogeheten ‘hop’ kan het signaal om de eventuele obstructie heen geleid worden. Dit gebeurt door het plaatsen van extra zendmasten die het signaal aan elkaar doorgeven tot dit bij het eindpunt afgeleverd wordt. Hier zit echter wel een limiet aan, zo kunnen er maximaal 2 hops worden ingezet.
  • Er kan toestemming van derden nodig zijn. De straalverbinding kan niet geleverd worden zonder deze expliciete toestemming.
  • De doorlooptijd van de oplevering van een straalverbinding kan negatief worden beïnvloed door extreme weersomstandigheden, zoals bijvoorbeeld ijsafzetting op de mast of windkracht 6 of hoger.

IP Visie handelt uw aanvraag af

IP Visie handelt de aanvraag voor het realiseren van een zendmast op uw locatie voor u af. Zo hoeft u zelf niet aan de slag om de benodigde vergunning(en) aan te vragen en uitvoerend personeel te regelen. Het plaatsen van zendmasten besteedt IP Visie uit aan een van haar partners, die gespecialiseerd zijn in het plaatsen van zendmasten op locatie.

Zelf een zendmast plaatsen

Wanneer u zelf de plaatsing van de zendmast regelt dan dient u rekening te houden met de volgende zaken:

  • U dient de levering en plaatsing van de antennemast en het aanvragen van de benodigde vergunningen zelf af te handelen.
  • De antennemast dient te voldoen aan sterkte en windlastberekening volgens het bouwbesluit, inclusief de belasting van een schotelantenne van maximaal 60 cm.
  • Voor het correct functioneren van een straalverbinding moet de maximale uitwijking van de mast onder windbelasting niet groter zijn dan 1 graad.  (+ 0,5 en -0,5 grd).
  • De mast dient voorzien te zijn van een klimbeveiliging. Voor onbevoegden moet het onmogelijk zijn om in de mast te kunnen klimmen. 
  • Er dient een randstaaf en een uithouder geplaatst te worden waar de antenne aan bevestigd kan worden.